HOME

 

Asfalt

 

Ik laat geen afdruk achter op het matras
en ik lijk niet op de foto van mijn rijbewijs
het was vrijheid, tot je zei:

Ik wil een pasfoto in mijn portemonnee
van iemand die iets te verliezen heeft.

Je wijst naar de stofdeeltjes die in het zonlicht
blijven zweven hoe vaak je ook schoonmaakt.

Vijf meter van je aanrecht tot de bank:
er is al zoveel uit deze kamer ontsnapt
en nog steeds is hier te weinig ruimte
om in te verdwijnen.

Dus noem ik je beeldhouwer
en hak mezelf uit ivoor.

Ik plak mijn webcam niet af, nu ik weet
dat de overheid meekijkt zit ik sierlijker
in mijn bureaustoel.

In dit gedicht staat negen keer het woordje ‘ik’:
binnenkort ben ik groot en zwaar genoeg
om tentoongesteld te worden
om sneeuwengelen in asfalt te maken.